zondag 22 maart 2009

De shock

Ook al kwam ik de voorbije week weer heel wat te weten om met jullie te delen, mijn reisverhaal zou niet compleet zijn mocht ik het niet over "de shock" hebben ...
Al 2,5 maanden lang zie, hoor, ruik, smaak, voel ik hier de gekste dingen. Kinderen met vuile kleren, de stank van thinner dat ze inhaleren, zwervers die zichzelf openlijk op de stoep betasten, jongetjes die geld vragen, meisjes die geld vragen, vrouwen en mannen die geld vragen, een hand dat snel mijn broekzak aftast naar geld, mijn beker sap die begeerd wordt en waarvan iedereen het restje lijkt te willen, mijn bord dat op restaurant al na de eerste hap gevraagd wordt van achter de omheining van het terras, vrienden die beroofd en bedreigd worden, moorden en schietpartijen in de krant en in het journaal, zwaar bewapende agenten, kerels die drugs vragen, kerels die me vastgrijpen, kerels die vieze praat tegen me uitkramen, vieze blikken, slapende mensen op de stoep, in de goot, onder bruggen, overvliegende helikopters met militaire agenten met mitrailleurs, verkeersagressie en veel te hoge snelheden, zwangere meisjes van 17,16, 15, 14, 13, baby's die op straat opgroeien, kinderen van 9 die roken ...
Ik kon er mee leven. Ook al raakt het me elke keer opnieuw, dit hoort erbij, dit is waarvoor ik gekozen had, dit is waarom ik al tien jaar naar hier wou komen.
Maar vorige week zaterdag kreeg ik "dé shock". Helemaal niet kunnen focussen op mijn schoolwerk, paniekerig, moedeloos en moe zijn, afwezig voor me uit staren, tranende ogen ...
Schoolwerkstress, dacht ik eerst, maar het begon stilaan door te dringen wat de echte reden was: het was even te veel geweest ...

Op vrijdag had ik die hypocriete show in de jeugdgevangenis meegemaakt. Weten dat jongens daar met 15 à 20 op een kamertje van 12m² moeten leven, vieze verse wonden op hun ledematen, de stank van een slachthuis, geen ventilatie en dat in een tropisch land, weten wat voor mishandeling en geweld gebruikelijk is in zo'n instelling ... En dan al die jongens zien wild gaan en dansen, opgehitst door een showman. Terwijl je merkt dat de bewakers er duidelijk niet mee akkoord gaan. En in stilte hopen: "als ze maar geen collectieve straf krijgen vanavond".
Op diezelfde dag, in diezelfde gevangenis, zagen we (enkele vrijwilligers van de Nederlandse groep en ik) ook twee jongens terug die we kenden van op het AMAR-project in São Cristóvão. Eén ervan heet Leandro (rechts op foto), is 15 jaar, en leek ons altijd een schat van een jongen. Heel beleefd, sympathiek en een knappe jonge kerel. Je kon je er echt kapot mee lachen. En daar zit hij dan, in de jeugdgevangenis, in dat vieze grijze t-shirt dat de kleurloosheid van de instelling bevestigt. Hij zou mensen overvallen hebben onder bedreiging met een wapen ...
"Hoe kan dat nu?" en "waarom heeft hij dat nu gedaan, hij was zo goed bezig", denk je dan. En op een moment dat iedereen door elkaar danst en de bewakers de chaos nauwelijks kunnen overzien, vraag je hem snel hoe het oprecht met hem gaat. "Goed, goed!", zegt hij met een brede glimlach op zijn gezicht (ook heel blij om ons terug te zien) en hij lijkt het te menen. "Huh?", denk je dan. En je wil hem nog zoveel vragen stellen, maar vindt even de Portugese woorden niet. Je geeft hem snel een dikke knuffel, zwaait hem even later uit met tralies ertussenin, en hoopt dat ze hem niet te slecht behandelen. Maar je weet dat je niet naïef moet zijn, want dat hij nu tussen nog grotere criminelen belandt en sowieso een kant zal moeten kiezen van de ene of de andere drugsbende. Ook al was hij niet in drugszaken betrokken. Zijn toekomstkansen verkleinen met de minuut. En dan denk je op een sarcastische manier: "hm, alsof we nog niet 'stoer' genoeg waren met al onze vrienden op straat, hebben we nu ook al vrienden in de gevangenis", wat een ellende.
Op zaterdagochtend ging ik dan mee met een vriendin uit de Nederlandse groep, waarmee ik samenwoon, op zoek naar een vriend van haar. Alan, de schoonmaker van Casa Nova (AMAR-project São Cristóvão), is 26 en was onmiddellijk een goede vriend van Anouk. Hij leefde het grootste deel van zijn leven op straat, zat jaren aan de crack, kon nooit terecht bij zijn alcoholistische pa ... Maar dankzij AMAR was dat allemaal verleden tijd, al jaren weg van straat, een horeca-cursus gevolgd, werk in een restaurant en als schoonmaker bij AMAR, al een hele tijd clean. Maar tijdens carnaval werd hij door een stom misverstand uit zijn woning gezet. Gevolg: terug op straat, terug aan de crack, depressief. Anouk wil met hem praten, zien hoe het met hem gaat. En uit respect voor Anouk en haar moed, ging ik die zaterdag mee zoeken tussen de zwervers van Praça Mauá.
We vonden hem niet. Maar de manier waarop Anouk gedreven was hem te blijven zoeken en zin te geven aan haar tijd in Rio, de manier waarop ze alle hoekjes wist waar welke zwervers lagen ... Het raakte me. Met hulp van een collega van ons en eveneens een vriendin van Alan, is ze hem intussen op het spoor en hopen we (Anouk's steunteam) dat ze hem binnenkort kan ontmoeten.

In ieder geval waren die drie feiten in amper twee dagen "de shock" waard. De hypocriete gevangenisshow, Leandro terug zien, met Anouk op zoek gaan naar Alan ... ik moest het allemaal even laten bezinken. De shock was de volgende dag verminderd, maar "over" gaat het waarschijnlijk nooit. Zo'n dingen vergeet je van je leven niet. Maar het is allemaal de moeite waard.

Intussen heb ik de helft van mijn verblijfsperiode hier bereikt. Veel te vroeg naar mijn mening. De gedachte dat ik over dezelfde tijd al weer naar huis moet ... Hier valt nog zo veel te beleven en te doen. Het lukt me nooit in 70 dagen.
Het leven is hier anders maar ik ben hier zo gelukkig. Elke dag voelen, (be)leven, meebouwen, engageren, investeren, motiveren, anticiperen, participeren, informeren, bijleren ... En elke dag, cada dia, verandering zien en groeien.


(In deze clip zie je vooral beelden van de hyperbekende slagwerkgroep Olodum in Salvador de Bahia (Noordoost-Brazilië) en hier en daar een beeld van Rio. Let vooral op de tekst.)

maandag 16 maart 2009

Dans ... en vergeet je zorgen

Brazilianen hebben een aangeboren liefde voor muziek en dans. De talrijke muziekgenres die hun oorsprong kennen in Brazilië, liegen er niet om: samba, bossa nova, axé, capoeira, choro, música popular brasileira (MPB), pagode en tropicália zijn één voor één expressies van de Braziliaanse uitbundigheid en de cultuur van passie, flirten en plagen.

In de aanloop van de carnavalsperiode kreeg ik de sambasmaak te pakken. In het begin vond ik het snelle voetenwerk (dat Braziliaanse vrouwen toch vrolijk sensueel kunnen overbrengen) niet bijzonder. Het deed me een beetje denken aan verschillende danstrends die al door België gewaaid zijn, zoals hakken, tecktonik en jumpen, waarvan het heel stoer is als je ze kunt, maar die na een korte hype weer overwaaien.
Maar door het zelf te proberen, leerde ik de dans waarderen. Ook al hou je de pas de eerste keer slechts 20 seconden vol (daarna een onmiddellijke confrontatie met 2 dagen spierpijn in kuiten, schenen en billen, en haast de trap niet meer op kunnen), het voelt fantastisch. Zo besef je pas hoe intens samba is, wat een techniek het vergt en wat nu eindelijk dat ultieme geheim is voor strakke Braziliaanse billen. En na regelmatig oefenen, hou je het steeds langer uit. Maar sinds carnaval voorbij is, heb ik nog nauwelijks gedanst. Tijd om nog eens in actie te komen dus!
Dansen is iets voor rijk en arm. Je hebt er geen geld voor nodig, enkel muziek, en zelfs dat hoeft in Brazilië niks te kosten. Geef een Braziliaan een leeg flesje, een stokje, een kist of weet ik veel wat nog allemaal ... hij zal er muziek mee kunnen maken. Uiteindelijk zijn de fameuze 'batterias' met carnaval ook niks meer dan een gigantisch slagwerkorkest en dat klinkt hier helemaal niet eentonig. Integendeel. Je voelt het ritme in je lijf opborrelen.

Ik heb de indruk dat hoe minder de mensen hier hebben in Brazilië, hoe beter ze kunnen dansen ... En zingen! Straatkinderen die amper naar school gingen en nauwelijks lezen of schrijven, kennen wel alle liedjesteksten uit het hoofd. Rijken hebben andere hobby's, in veilig afgebakende clubs tussen vier muren. Maar wie nauwelijks een nagel heeft om aan z'n kont te krabben ... die heeft muziek. Want in muziek kan je even ontsnappen aan de realiteit, je volledig laten gaan, de frustraties even vergeten. En dat werd me de voorbije week heel duidelijk ...

Elke donderdagmiddag is er in Casa Nova (het socio-educatieve centrum van AMAR in São Cristóvão) dansles voor de straatkinderen. Dan leren ze leuke dansjes met veel uitbeelding, mogen ze zelf pasjes bedenken ... Baile funk, de muziek van het volk en de favela's, mag omwille van de vulgaire, seksueel geladen teksten (en bijhorende dansen) niet gedraaid worden op het project. Maar donderdag was dat heel even anders ... Eén van de educatoren liet Baile Funk spelen na de dansles, maar dan "beschaafde nummers", met andere woorden: zonder tekst. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven: die jongens kunnen nogal dansen! Wat een ritme en souplesse. Echt cool. Vooral die mimiek en hun ongelofelijk gelukkige uitstraling maakten het compleet. Ik heb nog nooit iedereen (ook de toeschouwers) met zo'n brede lach op hun gezicht gezien. Ik wou dat ik er een filmpje van had.
Vrijdag ging ik dan weer naar de jeugdgevangenis Padre Severino van DEGASE voor een show met sambademonstratie. Wel 400 jongens zaten in die enorme, kille zaal, waar zoals gewoonlijk de geur van bloed, zweet en tranen akelig in je kleren kruipt. Maar in tegenstelling tot de starende, huilende, bittere en wraakzuchtige blikken van de vorige keer, zag ik nu niets anders dan breedlachende kerels. De showman had zijn publiek al van de eerste minuut mee: hij trok zijn Prefeitura-vestje uit, daaronder verscheen een Padre Severino-shirt en hij sprak de woorden "vandaag ben ik een van jullie"!
Wij (de internationale vrijwilligers) werden constant door hem meegetrokken om te dansen met die jongens. En toen op een bepaald moment iedereen wild door elkaar danste, zag je de bewakers tegenstribbelen. Wat een vreugde! Eindelijk beweging en plezier voor jongens die al zo lang stil en opgesloten zitten in veel te kleine kamertjes. Het gaf een heel vreemd gevoel om te dansen in een plaats waarvan je weet dat er allerlei rare dingen gebeuren, zeker als je daarna nog eens hypocriet als VIP behandeld wordt met hapjes en drankjes ... Ik had er mooi genoeg van na 10 minuten en ben dan ook vroeger vertrokken. Maar uiteindelijk ben ik blij dat de jongens zich eens konden uitleven en besefte ik eens te meer hoe belangrijk dans en muziek zijn in het leven van een kansarme Braziliaan.

Hieronder (jullie misschien wel bekend) E samba van Junior Jack, de volledige clip (met uitzondering van de startbeelden) speelt zich af aan de Arcos da Lapa, hier vlakbij, en de aanliggende straat Rua Joaquim Silva (hier beneden aan de trap). Waar ze in de clip hun matje uitrollen, wordt op weekendavonden ook wel zoveel gedanst, maar in de week en overdag zijn het een 20-tal zwervers die er hun slaapmatjes van karton uitrollen.

maandag 9 maart 2009

Rijst en bonen

De Braziliaanse keuken zit behoorlijk eenvoudig in elkaar. Iedere doorsnee Braziliaan verwacht elke dag rijst (arroz) en bonen (feijão) op zijn bord, met daarnaast vlees, farofa (een soort meel dat als smaakversterker gebruikt wordt om over je vlees te strooien) en met geluk (en wat geld) daar nog wat groenten bij zoals repolho (heerlijke, groene, zoute koolslierten) of gestoomde wortelschijfjes.
Brazilianen zijn echte vleeseters. Vooral rundvlees is hier alom tegenwoordig. Maar ook kipfilets en varkensvlees zijn topfavorieten. De barbecue of grill krijgt vaak de kans niet om af te koelen, want in elk restaurant en op elk feestje vind je churrasco (vlees van de grill/barbecue). Vlees vind je echt overal. Op iedere straathoek vind je wel een rollend kraampje met worsten op stokjes en brochettes. De linguiça, een vettige worst die er niet al te smakelijk uitziet (een beetje wannabe-frankfurter met vetbrokken in), vind je op elke barbecue en af en toe zelfs in kleine plakjes stiekem in de dagelijkse pot feijão.
Feijão (of feijão preto, wat in feite de lekkerste soort der bonen is, zwarte bonen) is een bruin-/paarsachtig goedje met gelijkkleurige bonen erin. Het wordt hier niet echt als groente gegeten, maar meer als saus bij je rijst. In het begin denk je: "wat is dat hier? Elke dag rijst en bonen?!" Maar na een tijdje zijn er twee reacties mogelijk: of je kan geen rijst en bonen meer zien of je kan niet meer zonder. De meeste van mijn huisgenoten behoren tot de eerste categorie, ik daarentegen tot de laatste. Het is echt gek. Plots ben je er zo aan gewend dat je dan op restaurant komt en denkt: "hé, waar is de feijão?". Maar gelukkig is dat een volkomen normale Braziliaanse reactie, waarop ze in de restaurants ook altijd voorzien zijn. Je kan dan ook zonder moeite een portie "feijão amigo" bestellen voor nauwelijks 3 à 5 reais (1 à 2 euro). Wat wij in het begin ludiek als een "bonenvriend" beschouwden (we stelden er ons al vanalles bij voor), blijkt gewoon een klein potje te zijn met feijão om je maaltijd te vervolledigen.
Aardappelen en alle afgeleide producten zoals puree en frieten worden hier als groente behandeld. Met andere woorden: daar zit je dan op restaurant, met een bord vol rijst, frieten en vlees, met een honger naar iets gezonds.
Groenten zijn in het land van de talrijkste plantensoorten en de grootste biodiversiteit echter zeldzaam op je bord. Ze zijn er nochtans, maar Brazilianen hebben er blijkbaar niet zoveel nood aan of zien er het nut niet van in.
Restaurantes à quilo zijn het paradijs op aarde. Voor zo'n 1,50 tot 2,50 reais per 100gr kan je aan een gigantisch buffet heerlijk je bord vullen. Dan kan je eindelijk je groentenconsumptie naar wens opdrijven, alle Braziliaanse specialiteiten proberen maar ook lasagne, spaghetti, soepen, vis, garnalen, watermeloen, mango en ander lekkers op je enorme bord stapelen. Voor 10 à 15 reais ga je je berg afrekenen, met het leuke gevoel dat je dus in feite maar 3 à 5 euro betaald hebt.
Verder vind je in elke straat kleine bars die verse sappen verkopen van 1001 vruchten en uiteraard salgados: hartige, vette hapjes van bladerdeeg of met een krokant korstje, gevuld met kaas, ham, kip of garnalen. Voor 1 à 2 reais heb je er al een, wat in feite niks is. Maar je maakt er beter geen gewoonte van of je mag al snel kennismaken met iets anders typisch Braziliaans: het vetrolletje.
Straatkinderen leven meestal op salgados. Aangezien ze in supermarkten niet welkom zijn (te groot risico op diefstal), verbruiken ze het gebedelde geld nogal snel op de hoek van de straat voor een goedkope salgado. Weer gegeten zie. Maar wat ze uiteraard niet beseffen, is dat ze ook andere voedingsstoffen nodig hebben. Hun vette huid verklapt al veel over hun voedingspatroon. En dat terwijl ze voor het zelfde geld op een marktje evengoed een tros bananen, wat sinaasappelen, appels of andere heerlijke fruitsoorten zouden kunnen kopen.
Daarom heb ik hier alvast een eerste voorlichtingsactie opgezet, rond fruit eten. Aan de hand van een affiche en kleurtekeningen op het São Cristóvão project en stickers om op fruit te kleven dat kan uitgedeeld worden aan de groepen die op straat leven, wil ik de kinderen erop wijzen dat fruit goed is voor hen, ook best betaalbaar en vullend. Het eerste deel van mijn actie is alvast geslaagd: de kleurtekeningen zijn enorm gewild op het project en ze wekken leuke en interessante gesprekken op, wat de bedoeling was. De stickers-op-fruit-actie volgt nog.
Op drinkvlak heeft Brazilië ook veel lekkers te bieden. Guarana, de nationale frisdrank met bubbels en Guaravita / Guaracamp / Guaravitom, de varianten zonder bubbels, worden massaal binnengeslokt op hete dagen. Tobi is dan weer de Guarana voor favelabewoners, de goedkope maar even lekkere variant. Op biervlak heb je hier Antarctica, Skol, Sol, Itaipava, Brahma en Bohemia, maar ook Heineken en uiteraard de Belgische Stella Artois zijn van de partij. Het geheim van een goede rode wijn kennen de meeste Brazilianen niet, aangezien je meestal iets ijskouds sangria-achtigs krijgt. Maar een voordeel: je krijgt altijd een grote mok wijn. Verder heb je uiteraard de nationale cocktail Caipirinha (van rietsuiker, cachaça, limoen en veel ijs) of kan je pure cachaça met fruitsmaak krijgen.

Ook al is het vele vlees wat wennen ... Ik voel me al helemaal thuis in de Braziliaanse keuken. Sommige dagen vraag ik me af hoe het leven zonder Guaravita en feijão eruitziet, want ik kan het me niet meer voorstellen. Dan maak ik me zorgen over het feit dat ik bij terugkomst in België onmiddellijk dagen zonder feijão en rijst zal moeten leven. Maar ahja, ik kan misschien een club oprichten van bonenvrienden ...

zondag 1 maart 2009

Terugkeer van de rust ...

Carnaval is nu echt voorbij ... De sambaschool Salgueiro won de hevige sambastrijd die elke carioca nauwkeurig opvolgde. De stad komt weer tot "rust".
Hoewel in januari niemand ooit zou gezegd hebben dat Rio de Janeiro een rustige stad is, heb ik na de carnavalsperiode wel het gevoel dat de "rust" teruggekeerd is. Naargelang carnaval dichterbij kwam, voelde je de spanning in de stad opbouwen ... Een plotse stijging van de criminaliteit, een sterke afname van je "veiligheidsgevoel". In de twee weken voor carnaval, liep iedereen op de toppen van zijn tenen. Vier mensen uit ons huis werden beroofd, waarvan drie onder bedreiging met een mes. En dat telkens op of vlakbij onze rustige, gemoedelijke, gezellige Selaron-trap, dus in onze achtertuin bij wijze van spreken. De deur moest extra vergrendeld worden, de deurbel negeren ... Een hostel in de buurt werd overvallen door een drietal gewapende kerels, en dat risico zat er voor ons dus ook in.
Bovendien waren plots ook de zwervers verdwenen uit het straatbeeld, straatkinderen nog nauwelijks te bespeuren ... Zo kon ik natuurlijk geen waarheidsgetrouw beeld geven aan mijn broer, maar dat besefte ik op dat moment niet echt. Pas na enkele dagen dacht ik "hmm, hier is iets aan de gang, dit is niet normaal".
En dan herinnerde ik me al die passages uit de vele boeken en teksten die ik las voor ik hierheen kwam ... Over de grote zuiveringsacties die de politie uitvoert in de carnavalsperiode om de straten "zwervervrij" of "armoedevrij" te maken voor de grote toeristenstroom. Over de massale "ophaling" van zwervers en straatkinderen, alsof ze afval zijn, zwerfvuil, sommigen die terug vrijgelaten worden na carnaval en anderen die voorgoed verdwijnen ...
En ik dacht "laat ik hierover eens praten met enkele mensen, want ik wil (zoals gewoonlijk) wel weten hoe de vork in de steel zit". Tião, één van de directieleden van AMAR, wist me te vertellen dat deze zuiveringsacties in het verleden zoveel impact hadden, dat ze de voorbije jaren niet eens meer nodig zijn. Er wordt intussen een soort van mentale druk uitgeoefend. De zwervers en straatkinderen weten allemaal wat er gebeurt als ze in de stad blijven tijdens deze tijd van hoogspanning. Bij gevolg trekken ze twee weken vóór carnaval massaal naar de periferie, de voorsteden van Rio. Terwijl ze anders vooral in de zones rond het Centrum, Rodoviaria (het grote busstation), Lapa en Copacabana/Ipanema vertoeven, maken ze zich snel uit de voeten naar iets verder gelegen gebieden. Een treinkaartje met het gebedelde geld en akke akke tuut tuut, weg zijn wij ...
In tegenstelling tot wat je zou verwachten, voelde je je nu pas echt onveilig op de straten. Geen zwervers die rustig liggen te slapen, geen straatkinderen die je even komen aanspreken ... Alleen een ijzige stilte in de straten, en op andere plaatsen dan weer massale drukte door de carnavalsblocos. En de gedachte in je achterhoofd dat je niemand kan vertrouwen.
Blocos worden op verschillende plaatsen in de stad gehouden. Een soort vrachtwagen met muzikanten, boxen en zangers erop rijdt door een buurt met zowel ervoor als erna een gigantische stoet van mensen die dansen, zingen en drinken ... Een heel leuk volksgebeuren, fantastisch om mee te doen. Maar toch opletten geblazen in zo'n massa volk waarin je meegesleurd wordt in een zee van geluid, beweging en afleiding ...
Toen in de week voor Carnaval een jongetje vanuit het project met ons meekwam op de bus richting Lapa, en bleef zitten richting Copacabana, waren we toch wel heel bezorgd. In tegenstelling tot de andere kinderen in het project, leeft hij nog maar pas op straat, is hij pas 9 en leeft hij helemaal alleen. En dan op de bus richting Copacabana, nu, terwijl overal zwaargewapende agenten en helikopters zijn. Dit loopt niet goed af, dachten we. We probeerden hem nog te overhalen om nu niet die kant op te gaan, maar wat kan je zeggen tegen een jongetje van 9, dat zo jong voor het straatleven 'kiest', dat nog tegen niemand verteld heeft waarom hij weg is van huis en waar hij vandaan komt ... Waarom zou hij naar je luisteren?
De volgende dag was de kleine Pedro gelukkig weer op het project.

Om even te herademen na de carnavalsdrukte ging ik woensdag (iedereen had nog verlof) met Arnoud, Ineke en Orne naar een rustig eilandje Paquetá. Uurtje varen, lekkere restaurantjes en vooral heel veel rust ... Eindelijk nog eens de oude vertrouwde geur van warm gras in de zon.
Toen we 's avonds terug kwamen, de vertrouwde zwervers terug in de straat voor de trap zagen liggen, de kinderen op de dool zagen, kreeg ik plots een vreemd gevoel: oef, alles is terug normaal, ze hebben het gered en de gevaarpiek is ook voor ons weer achter de rug ... In België een ondenkbaar gevoel om je net veiliger te voelen als er weer tientallen zwervers in je buurt liggen, maar hier heeft het in vergelijking met carnaval een vredige kalmte ...
Nu net een weekendje achter de rug in het huis van Roberto, directielid van AMAR, in Paty Do Alferes, een ruraal rustig dorpje in de wijde natuur, buiten Rio de Janeiro. Eindeloze groene berglandschappen, rode kleigrond, rode watervallen, enorme koffieplantages in de verte, ongekende vlindersoorten ... Perfecte manier om het verlof af te sluiten voor de doorsnee werkweken terug beginnen!

In dit filmpje krijg je een stukje te zien van de officiële carnavalsparade in de Sambodroom, van de winnaar Salgueiro.

zondag 22 februari 2009

Een gastbericht van Groten Broerie ...

Carnaval is volop aan de gang en de voorbije week leverde weer zoveel informatie op dat ik jullie pas volgende week weer op de hoogte zal brengen van het leven in Rio. De Carnavalsperiode heeft bovendien een compleet ander beeld van Rio. Maar daarover volgende week meer ... Voorbije zondag/maandag/dinsdag was Tony, a.k.a. "Groten Broerie" op bezoek in Rio. En wie kan ik daarover beter aan het woord laten dan hem zelf ... Hier een gastbericht van Groten Broerie:

Zondag 15 februari 2009:
Na mijn bezoek aan Salvador de Bahia en aan de watervallen van Foz do Iguaçu eerder deze week, zal ik vandaag zien waarvoor ik naar Brazilië gekomen ben: de kleene.
Nadat we gisteren de grens met Argentinië overgestoken zijn om de watervallen van daaruit te bekijken (backstage zoals onze gids Sonia ons vertelde), nemen we in de voormiddag nog even de tijd om ze te bekijken van de Braziliaanse kant, waar we als het ware een overzicht van het theater krijgen. Daarna vertrekken we rond 14u richting luchthaven, waar we om 16u30 onze vlucht naar Rio de Janeiro hebben.
De vlucht verloopt zoals gepland en om 18u30 landen we in Rio. Daar staat onze gids Fatima ons al op te wachten en ze brengt ons met haar eigen wagen naar het hotel. Het kan niet rap genoeg gaan, want ik heb afgesproken met Liesje om te bellen zodra ik in het hotel ben.
Rond 19u30 komen we aan in het hotel, bel ik onmiddellijk naar Liesje (nog voor ik mijn valies op de kamer heb) om te zeggen dat ik aangekomen ben en om te vragen naar waar ik een taxi moet nemen (ik was de naam van die trap 'Escadaria Selaron' al lang weer vergeten). Nadat de drager mijn valies afgeleverd heeft op de kamer, bel ik rap nog eens terug naar de kleene om te vragen of ik mijn rugzak en mijn camera moet meenemen, maar ze raadt het mij af omdat ze van plan is van ons te proberen binnen krijgen in de beroemde Sambodromo van Rio waar vanavond de school Beija-Flor hun generale repetitie houden. Zij waren kampioen van het Carnaval in Rio in 2007 en 2008.
Nadat ik nog 2 keer gebeld heb naar de kleene (één keer om nog eens de weg te vragen naar die trap en - nadat de taxichauffeur met veel aarzeling de juiste straat inreed - ook nog een keer toen ik uitgestapt was) hebben we de bus genomen naar de sambodromo. Daar aangekomen hebben we eerst een kip op een stokje en een hotdog gegeten en daarna haalde de kleene direct haar beste Portugees boven om te vragen aan de security of we binnenmochten. En inderdaad, die gast duidde onmiddellijk iemand aan om ons de sambodromo binnen te loodsen. Daar hebben we drie kwartier genoten van de stoet van Beija-Flor en daarna hebben we de bus terug genomen naar Lapa. Na nog een paar glaasjes wijn gedronken te hebben in de plaatselijke snookertent, heb ik bij de Arcos da Lapa een taxi genomen naar het hotel.

Maandag 16 februari 2009:
Maandag had ik een toeristisch programma: bezoek aan de Suikerbroodberg en aan het centrum van Rio. Nadat dit afgewerkt was, vroeg onze gids ons tijdens het eten in de Confeitaria Colombo wat we in de namiddag wilden doen. Rap ne keer gebeld naar de kleene om te weten wat haar plannen waren, maar omdat ze nog wat werk had, hebben we gevraagd dat de gids ons afzette aan Ipanema, wat ons de mogelijkheid gaf om van daar terug te wandelen naar het hotel.
Rond 16u30 belde de kleene dat ik best een taxi naar Lapa nam. Eenmaal daar aangekomen, zijn we samen iets gaan eten in Cinelandia. De kleene zei dat ik daar Feijoada moest eten. Daarna heb ik een taxi terug naar het hotel genomen.

Dinsdag 17 februari 2009:
Dinsdag hadden we om 8u30 afgesproken aan mijn hotel, waar we een taxi namen naar de Cristo Redentor op de Corcovado. Na een discussie met de taxichauffeur en 2 uren in de file, hebben we de taxichauffeur 30 Reais in zijn handen gedraaid en zijn we uitgestapt. Na een beetje Peking Express gespeeld te hebben om te proberen door de tunnel te geraken (die verboden was voor voetgangers), hebben we een andere taxi genomen naar Lapa. Daar aangekomen heeft de kleene mij getoond waar ze werkt voor CEDECA, en nadat haar collega Vera mij gewaarschuwd had dat ik mijn camera onmiddellijk opnieuw moest wegsteken nadat ik mijn foto genomen had, want dat zij vorige week haar gsm uit haar handen gesnukt was, heeft ze ons vriendelijk uitgenodigd om een kijkje te komen nemen in de kantoren van CEDECA. Daar heb ik ook kennis kunnen maken met Pablo en Rhaine. Daarna heeft de kleene mij meegenomen naar een kilorestaurant in de buurt waar ze elke dinsdag gefrituurde garnalen hebben. Toen we daar 5 minuten zaten, kwamen ook Vera, Pablo en Pedro daar eten.
Na het eten wilden we de Bondinho naar Santa Teresa nemen, maar toen we daar aankwamen bleek hij voor onbepaalde duur defect te zijn. Omdat in Brazilië niets verloopt zoals gepland, hebben we onmiddellijk beslist van te voet naar het Parque das Ruinas te gaan. Daar aangekomen hebben we eerst een pintje gedronken, daarna een blik op de omgeving geworpen vanop het uitkijkpunt en daarna een hemelse brownie met ijs en koffie ("com canela") gegeten (ik toch).

Na deze rustpauze zijn we de trap opnieuw afgedaald en hebben we de bus genomen naar São Cristóvão, waar we fruit gekocht hebben in de Horti Fruti, dat we daarna zijn gaan afgeven aan de kinderen op het project. Daarna hebben we door het park van São Cristóvão gewandeld (waar we nog een pintje gedronken hebben) naar het metrostation, om daar de metro te nemen naar Uruguaiana. Daar aangekomen hebben we een wandelingetje gemaakt door het marktje, zeesletsen gekocht voor de kleene en een crèmeke voor oes alletwee. Daarna zijn we teruggegaan naar het station van de Bondinho, waar er al een hele rij mensen zat te wachten tot hij het station binnenreed. Tegen dat wij aan de toegang tot het perron waren, zat het trammetje al vol en hingen de zijkanten al vol met Brazilianen. We namen snel een foto en waren van plan van de volgende te nemen tot de kleene hoorde dat de volgende tram maar om 20u, anderhalf uur later, zou komen. Daarop zei ze onmiddellijk: zo lang kunnen we hier niet staan wachten en bovendien zal het dan donker zijn en dan is het hier niet veilig! Ze betaalde direct voor twee. Dus had groten broerie niet veel keuze en moest hij rap zijn camera in zijn rugzak steken en zijn rugzak stevig vastmaken om daarna samen met zijn zus aan de zijkant van de Bondinho te gaan hangen. De Bondinho rijdt eerst over de Arcos da Lapa (om een indruk te krijgen van hoe hoog die is: zie link hierboven) om daarna over een slingerende kasseiweg naar Santa Teresa te rijden. Omdat de kleene zich vergist had van bocht, hebben we daar nog een stuk moeten klimmen en toen we bovenkwamen, zijn we begonnen met een pintje te drinken. Toen dat pintje uit was hebben we een kijkje genomen in de artisanale winkeltjes in de buurt waar de kleene een Bahiaantje gekocht heeft. Daarna zijn we terug gegaan naar het restaurant waar we een pintje gedronken hebben omdat ik persé Carne de Sol wou eten. De kleene heeft daar een salade met geitenkaas gegeten en daarna zijn we te voet teruggegaan naar het Solrisahuis waar we nog een koel pintje gedronken hebben en gezwommen hebben tot het tijd was om een taxi terug te nemen naar het hotel.

Bedankt kleene voor de goeie ontvangst in Rio en de (te) korte maar hoogst efficiënte manier waarop je mij een andere kijk gegeven hebt op Rio! Dit geldt trouwens ook voor Jorge en al uw medebewoners in het Solrisahuis en voor uw collega's die ik op deze korte tijd heb mogen ontmoeten bij CEDECA en AMAR.

Doe ze daar allemaal de groeten!
Groetjes,
Groten Broerie


Bedankt broerie voor het leuke (en uitgebreide) verhaal van je dagen in Rio! Ter verduidelijking voor mijn trouwe lezers: elke keer dat "we" een pintje dronken, was dat vooral broerie, aangezien iedereen weet dat ik geen bier drink :o). Ik raad het Guaravita-drinken sterk aan (het heerlijkste frisdrankje van het land).
Vooral heel jammer dat er geen Youtube-filmpje is van broerie die aan de Bondinho hing en zich dun moest maken, dat was pas lachen! Ik vond het in ieder geval een heel leuk (ook al was het kort) bezoek. Zoals het hoort bij echte Bourgondiërs, zijn we er toch in geslaagd om in 2 dagen alle Braziliaanse specialiteiten te proeven. Je hebt de groetjes terug van iedereen die je hier ontmoet hebt!

Omdat broerie in een hotel in Copacabana verbleef, wordt het toch eens tijd om ook die oude hit van Barry Manilow (wie hem nog kent uit Ally McBeal lacht zich een kriek) aan bod te laten komen ...

zondag 15 februari 2009

Typisch Braziliaans ...

Carnaval staat voor de deur ... Het wordt steeds heter want februari, de heetste maand van het jaar, is volop aan de gang. De klok werd vannacht een uurtje teruggedraaid op "wintertijd", wat nu voor een verschil van vier uren zorgt tussen België en Rio.

Er hangt een sfeertje over de stad ... Een sfeer van feesten, drinken, flirten, dansen. De carnavalswinkels beleven topdagen en iedereen leert al volop de themaliedjes uit het hoofd die dit jaar door hun favoriete sambascholen gebracht worden.
En dat sfeertje doet pas beseffen hoe fantastisch Rio de Janeiro is: a cidade maravilhosa. Een stad van extremen. Dan zit je wel eens op de bus na te denken over die tientallen zaken die je hier ziet of beleeft op een dag, die zo typisch Braziliaans of typisch Carioca zijn:

- de "rallybussen" en "race-taxi's" waarin je volledig door elkaar geschud wordt, bijna niet durft kijken wat er gebeurt en je zeker weet dat je hier nooit met een auto zou durven rijden,
- de 1001 straatberoepen, verkopers op en rond de bus, oneindig veel kraampjes, en allemaal zwartwerk, letterlijk en figuurlijk,
- de verse sapjes van de meest uiteenlopende vruchten op bijna iedere hoek van de straat,
- Guarana, dat niet alleen een frisdrank is, maar je ook echt in alle vormen vindt: shampoo, afwasmiddel ...
- de "salgados", vettige warme tussendoortjes met bladerdeeg, kaas of kip ... die je hier op elk uur van de dag in elke straat kan kopen,
- altijd een "bom dia" wanneer je de Selarontrap op- of afgaat,
- de vele zwervers, die echt overal liggen te slapen en 's nachts de vuilniszakken van de winkels en restaurants gaan plunderen,
- het eeuwige aanschuiven aan de kassa, zowel in de supermarkt, als in de Lojas Americanas ... zelfs al zouden ze een snelkassa hebben, inkopen doen duurt hier een eeuwigheid,
- overal ventilatoren en honderden airco-bakjes aan flatgebouwen,
- het geflirt en de vuile, directe praat, gevolgd door de uitspraak dat "Braziliaanse mannen een puur hart hebben",
- alle vrouwen hebben piercings en tattoo's,
- de drukkende hitte en de uitlaatgassen die voor een beklemmend gevoel zorgen,
- de natuur, die onopvallend overal tussen de wirwar van huisen en steegjes opduikt,
- de kussende koppeltjes tegen muren, op trapjes, op brommertjes,
- agua de coco, dat je zowel vers uit de kokosnoot of uit een bekertje kan drinken en regelmatig tegenkomt op straat,
- de diverse soorten muziek die je overal hoort, en de mensen die alle teksten uit het hoofd kennen en kunnen dansen als de besten. De wervelende samba en de ophitsende baile funk, de rustige bossa nova ...,
- de ongelofelijk prachtige graffiti-kunst,
- de geur van pis en bier, die door de straten van Lapa zweeft,
- de caipirinha's en de tientallen varianten ervan,
- de "rode wijn" die wij eigenlijk sangria zouden noemen,
- de huwelijksaanzoeken die je regelmatig krijgt na 2 minuten,
- de Havaiana-slippers, die iedereen heeft en die je in talrijke kleuren en motieven kan kopen,
- de enorm hoge hakken waarop vrouwen hier hun leven riskeren op kasseien en mozaïeksteentjes,
- de kiosken en schaamteloze pornoblaadjes op iedere straathoek,
- de straatkinderen die je blijven herkennen en een praatje met je komen doen terwijl je op de bus wacht.
En zo zijn er nog honderden indrukken te vertellen ...
Maar de tijd gaat hier altijd zo snel, en over een half uurtje komt "groten broerie" aan, onderaan de Selarontrap. En aangezien hij hier slechts een heel korte tijd is, nemen we hem meteen mee naar de laatste gratis repetitie in de Sambodromo, waar met carnaval de gigantische, bekende (dure) stoet doorgaat. Nu ik het Sambadansen onder de knie begin te krijgen, zit ik al te popelen om nog eens te oefenen ...

zondag 8 februari 2009

Vechten voor rechten

Nu de introductieperiode achter de rug is, ga ik enkele dagen per week naar het project CEDECA (algemeen gebruikte term voor allerlei centra die de kinderrechten verdedigen: Centro de Defesa da Criança e do Adolescente). Dit Centro de Defesa heet in feite CDDLM (Centro de Defesa Dom Luciano Mendes), en is een deelproject van het oudste en bekendste straatkindproject in Rio de Janeiro: São Martinho. De financiën van CEDECA komen slechts uit twee hoeken: een deeltje komt van Sint-Martinus (Nederland) en het grootste deel van het VIC (België). Het geld dat dus op het rekeningnummer (rechts op deze blog) terechtkomt, is de belangrijkste geldbron voor CEDECA.

CEDECA houdt zich bezig met rechtszaken waarbij ze jonge slachtoffers van institutioneel geweld in jeugdinstellingen verdedigen. Ze doen politiek lobbywerk en nemen deel aan tal van conferenties en fora over mensenrechten om zo een betere situatie te creëren voor de jongeren en kinderen hier. Brazilië heeft namelijk een van de modernste jeugdwetten ter wereld, de ECA (Estatuto da Criança e do Adolescente), boordevol verwijzingen naar internationale verdragen rondom mensenrechten. Jammer genoeg wordt er door de plaatselijke politici weinig omgekeken naar die wet waarop het land trots zou moeten zijn. Om die situatie te verbeteren, doen ze ook aan publieke sensibilisatie: campagnes, protestacties en heel veel publicaties om zoveel mogelijk mensen op de hoogte te brengen van en gevoelig te maken voor de problematiek.

Een buitenlandse stagiaire over de vloer hebben is een unicum. En dan nog eentje met een diploma communicatiemanagement, nog gekker. Maar zeker en vast heel nuttig want net op communicatievlak kunnen ze heel wat hulp gebruiken. Als niemand voldoende Engels kan om dossiers te vertalen, hoe kunnen ze dan internationaal sensibiliseren om wat schot in de zaken te krijgen? En dat is heel erg nodig want binnen Brazilië zelf, lopen de mensen met oogkleppen op. "Alle favelajongeren en straatjongeren zijn boefjes", het rechtssysteem is hier heel corrupt, de politiek zit op nationaal niveau (dankzij president Lula) wel goed maar de deelstaat- en stadsregering van Rio de Janeiro houdt veel goede voorstellen van bovenaf tegen, de politie blijft ongestraft straatjongeren mishandelen en zelfs doden, en ondanks de vele moorden die in de DEGASE jeugdgevangenis al door bewakers zijn gepleegd, is er nog nooit één vervolgd geweest.
Om toch internationaal gehoor te krijgen voor deze problemen, werkt CEDECA af en toe samen met internationale mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International of Human Rights Watch. Zo heeft een campagne van hun hand er in het verleden voor gezorgd dat de jeugdgevangenis een paar maanden dicht moest. Maar nu er intussen heel wat nieuwe en zwaardere informatie beschikbaar is, kan internationaal tumult misschien voor een definitieve sluiting zorgen.

En onder andere daar komt mijn hulp van pas ... Enkele maanden geleden overleed in de DEGASE jeugdgevangenis van Rio de Janeiro een jong kereltje, doodgeknuppeld door enkele bewakers. Dat was het derde sterfgeval in een paar maanden tijd. Bij DEGASE is het blijkbaar gebruikelijk om af en toe een soort van "Polonaise" te dansen. Een 40-tal bewakers worden opgetrommeld, stellen zich op in een rij en laten dan de jonge gevangenen in een rij voor hen langslopen om afgeranseld te worden met stokken. Stilstaan of vallen van de pijn is geen goed idee, want dan meppen ze pas echt door ...
Deze "traditie" maakt al JA-REN-LANG slachtoffers. En deze week mocht ik enkele van die dossiers vertalen ... Heel gek als je bij het eerste lezen niet alles begrijpt, maar dan bij het opzoeken ontdekt dat de essentiële woorden die je niet begreep "afranselen", "ingeslagen schedel", "overleden" en "sterftedatum" zijn. En dan zie je de leeftijden: 16, 17, 20 ...
Wie net als ik onder de indruk en gefascineerd is door deze wantoestanden van institutioneel geweld, kan in het dossier "In the Dark" meer lezen over hoe de situatie zo'n vijf jaar geleden al aangeklaagd werd door Human Rights Watch. (Volgende week mag ik DEGASE bezoeken.)

De ploeg van CEDECA is doorheen de jaren heel klein geworden: er werken 3 vaste medewerkers en er zijn verder ook altijd wat stagiairs aanwezig (studenten Rechten van hier). Pedro is advocaat en ook coördinator en woordvoerder van het project. Vera doet het juridische werk en Pablo doet het ondersteunende werk. De twee stagiairs die er momenteel voor een lange tijd aanwezig zijn, zijn Rhaine en Rafael.
Het is alvast een super toffe ploeg om mee te werken. Deze mensen leveren elke dag opnieuw prachtwerk, zijn enorm gedreven en ik zal er ongetwijfeld veel van bijleren. Op de volgende foto zie je de voltallige ploeg, van links naar rechts: Pablo, Vera, ik, Rhaine, Rafael en Pedro.
Omdat ze graag eens op mijn blog gluren, maar er niets van kunnen maken, even een korte boodschap in het Portugees van hier:
Queridos colegas da CEDECA,
no momento estou ainda buscando, descobrindo e tentando entender como a organização (e o português) funcionam. Mas trabalhar com pessoas tão simpáticas, me dá uma grande motivação para fazer o possível. Acho que o trabalho do centro de defesa é muito interessante e importante. Espero que possa fazer uma contribuição que seja útil para vocês em breve!
Abraços da Lígia / Liesje